Hemel en aarde waren geschapen; de aarde krioelde van de dieren, de vissen zwommen in de zeeën, in de lucht zongen de vogels, maar de mens was er nog niet. Toen betrad Prometheus, zoon uit het geslacht van de onsterfelijke Titanen, de aarde.

Prometheus creëerde uit leem en water een gestalte naar het evenbeeld van de goden en Athene, godin van de wijsheid, blies deze creatie de geest, de levensadem in.
Zo ontstond de mens en al snel bevolkte de mensheid de gehele aarde. Maar de mensen wisten niet hoe ze de goddelijke vonk die ze verkregen hadden, moesten gebruiken: hoewel ze konden zien, zagen ze niets, hoewel ze konden horen, hoorden ze niets; ze liepen als droomgestalten rond.

Prometheus ontfermde zich over zijn schepping, hij leerde de mensen zich te ontwikkelen, maar wekte daarmee ook de achterdocht van Zeus, heerser van de goden. Toen de goden bijeenkwamen om een besluit te nemen over de eisen die zij de mensheid zouden stellen in ruil voor hun bescherming, verzon Prometheus een list om Zeus te ontmaskeren. Hij slachtte een grote offerstier en maakte twee stapels: de botten onder een hoop vet, het vlees onder huid en maag verborgen. Zeus mocht kiezen wat voor offer hij van de mens wilde hebben.

Zeus doorzag Prometheus’ list toen hij in het blanke vet greep en besloot woedend wraak te nemen. Hij ontzegde de mens het vuur. Maar Prometheus verzon opnieuw een list: hij sloop de werkplaats van Hephaistos, de smid van de goden binnen en roofde een vonk vuur, verborg die in een holle stengel en bracht het vuur zo naar de mensen.

Toen Zeus begreep wat er was gebeurd, besloot hij zowel de mensheid als Prometheus te straffen. Hij liet een levend beeld van een mooi meisje vervaardigen, noemde haar Pandora en zond haar met een geschenk naar de broer van Prometheus. Toen deze in zijn argeloosheid de doos van Pandora opende, rees alle onheil als een zwarte wolk eruit op en verspreidde zich over de aarde.

Zeus liet Prometheus boven een afgrond aan een rotswand in de Kaukasus vastklinken. Elke dag werd daar zijn lever uitgepikt door Zeus’ adelaar en elke nacht groeide zijn lever weer aan.

Deze vreselijke marteling zou tot in de eeuwigheid hebben geduurd, ware het niet dat op een dag Heracles een einde kwam maken aan de kwelling. Hij schoot met zijn boog de adelaar neer en bevrijdde Prometheus van zijn boeien.

Ter herinnering aan Zeus’ vonnis, moest Prometheus wel voor eeuwig een ijzeren ring dragen, waarin een stuk steen uit de Kaukasus was vastgeklonken.

 Yvonne Riphagen

Voorblad

PROMETHEUS

 

 

 

Anne

Op aarde leefden vele dieren, vissen in zee,
vogels in de lucht, maar de mens was er nog niet.
Toen betrad Prometheus de aarde.

© Anne Schulte Nordholt

 

 

Myra

Prometheus creëerde uit leem en water
een gestalte, die het evenbeeld was van de goden,
de heersers over de wereld.

© Myra Leliveld

 

 

Joanne

Athene, godin van de wijsheid,
blies deze creatie de levensadem in.
Zo ontstond de mens, die de aarde ging bevolken.

© Joanne Verweij

 

 

Willeke

Maar de mensen waren als droomgestalten:
hoewel ze konden zien, zagen ze niets;
hoewel ze konden horen, hoorden ze niets.

© Willeke van der Dussen

 

 

Rob

Prometheus slachtte een grote stier en verdeelde
die: één stapel botten onder blank vet,
één stapel vlees onder de huid; Zeus kon kiezen.

© Rob Taal

 

 

Jan

Zeus greep met beide handen in het blanke vet.
Woedend over het bedrog,
besloot hij de mens het vuur te ontzeggen

© Jan Naezer

 

 

Henry

Prometheus roofde een vonk van Hephaistos
de smid, verborg het in een rietstengel en
bracht zo het laaiende vuur naar de mensen.

© Henry Jelsma

 

 

Thea

Zeus liet een prachtig levend beeld maken:
Pandora. Maar in de gestalte van het goede,
schiep hij boosaardig kwaad voor de mensheid.

© Thea Roodhuyzen

 

 

Anna

Toen het geschenk van Pandora argeloos geopend werd,
rees alle onheil als een zwarte wolk
daaruit op en verspreidde zich over de aarde.

© Anna van Aardenne

 

 

Bart

Zeus strafte Prometheus door hem te laten
vastklinken boven een oneindige afgrond
aan een rotswand in de Kaukasus.

© Bart de Beer

 

 

Peter

Elke dag werd daar Prometheus’ lever uitgepikt
door de adelaar van Zeus
en elke nacht groeide zijn lever weer aan.

© Peter Carstens

 

 

Robert

Heracles maakte een eind aan deze vreselijke kwelling:
met zijn boog schoot hij de adelaar neer
en bevrijdde Prometheus van zijn boeien.

© Robert Bink

 

 

yvonne

Voortaan moest Prometheus een ijzeren ring dragen,
met daarin een stuk van de Kaukasus
als eeuwige herinnering aan de straf van Zeus.

© Yvonne Riphagen

 

Colofon

Anne Schulte Nordholt :  linoleumsnede

Myra Leliveld :   lijnets, aquatint

Joanne Verweij :  lijnnets, aquatint, zaging

Willeke van der Dussen :  lijnets, aquatint, vernis-mou,  suikertint,  zaging, hoogdruk

Rob Taal : lijnets, aquatint, zaging

Jan Naezer :   lijnets, vernis-mou, bladgoud

Henry Jelsma :  lijnets, aquatint, gravure, hoogdruk

 Thea Roodhuyzen :  lijnets, aquatint

Anna van Aardenne : lijnets

 Bart de Beer :  lijnets, aquatint, vernis-mou, zaging,  hoogdruk

Peter Carstens : lijnets, aquatint

Robert Bink :  lijnets, aquatint, zaging

Yvonne Riphagen : lijnets, wildbijting, aquatint, zaging,  hoogdruk


bron
Ovidius  :  Methamorphosen
Gustav Schwab : Griekse en Romeinse sagen

papier
etspapier : Hahenemühle 210 gr
transparant  : Schoellerhammer 92 gr

lettertype
Times New Roman

tekstbewerking
 Yvonne Riphagen

voorblad
Jan Naezer

© 2013 cursus etsen Atelier Jan Naezer, Den Haag