Uitgelicht » Natura Morta

Natura Morta

Willem Fornier

Stilleven.  Olieverf op linnen, 40/50 cm

Willem Fornier is een schilder van het stilleven. Zijn schijnbaar simpele doeken zijn het resultaat van weken zoeken naar de juiste compositie en kleurstelling. Laag na laag wordt het doek opgebouwd en steeds veranderd. Die diversiteit in lagen zorgt voor een prachtig gevoede huid. In dit stilleven is gekozen om met zo min mogelijk kleur een doek rijk aan schakeringen opgezet. De prachtige violette schaduw onder het stilleven komt subtiel terug in de onderwerpen. Consequent is de in vlekken opgezette penseelvoering aangehouden. Ik vind dit schilderij het beste doek wat ik van hem ken.

Met dit doek is een sprong naar de grootmeester van het stilleven, Giorgio Morandi voor de hand liggend.


Het stilleven
Het begrip stilleven (Natura Morte) betekent eigenlijk het schilderen van stille (niet levende) voorwerpen naar de realiteit.  Dode voorwerpen (stil) naar de realiteit (leven) De term werd rond 1700  door Nederlander Houbraken  geïntroduceerd.
Schilderingen die op stillevens lijken, waren al gebruikelijk in de schilderkunst van de late oudheid. Als zelfstandig genre kon het stilleven zich pas in de late renaissance ontwikkelen. Vooral in de Nederlanden ontwikkelde zich vanaf de 17de eeuw een veelzijdig gevarieerde stillevens- schilderkunst, bijv. het bloemenstilleven (A. Bosschaert, J. Davidsz de Heem, F. Snyders), het tafelstilleven (P. Claesz, W. Claesz Heda, J. van de velde, W. Kalf), het jachtstuk alsook de stillevens van taarten en vruchten.
In Leiden ontstonden de eerste stillevens die zinnebeelden van de vergankelijkheid voorstelden, geaccentueerd door de vaak gebruikte beeldobjecten schedel en kaarsen (de allegorische stillevens van het `memento mori`).
De eerste stillevens werden gekenmerkt door de interesse voor de afbeelding en de weergave van stofkwaliteiten, de late stillevens van de 18de, 19de en 20ste eeuw versterken de formele vormgeving in het middelpunt, zoals bijv. bij Cézanne de kubistische experimenten, bij Matisse de kleurencomposities e.d. De bekendste stillevenschilder uit de 20e eeuw was de Italiaan Giorgio Morandi.


Pittura metafisica

Deze stroming werd in 1917 in Italië door De Chirico en Carrá opgericht. De naam betekent ‘metafysische schilderkunst’ . Het werk van deze schilders wordt gekenmerkt door een vertekend perspectief , onnatuurlijke belichting en vreemde beelden , waarbij kleermakerspoppen en standbeelden dikwijls de plaats innemen van mensen van vlees en bloed.
Door bepaalde voorwerpen in een onwaarschijnlijke samenhang te plaatsen wilden de metafysische schilders een soort magische droomsfeer creëren. Wat dat aangaat heeft de beweging veel gemeen met het surrealisme , zij het dat de metafysici veel meer dan de surrealisten gefixeerd waren op een strakke compositie en een lichtval zoals architecten die gebruiken om hun ontwerpen goed uit te laten komen.

Tekenachtig schilderwerk, niet geheel kloppende perspectieven, hang naar het (klassieke ) verleden, lange slagschaduwen. Schilders raken gevoelig voor het verbeelden van sferen, stemmingen en melancholie. Men verdiept zich in filosofieën zoals die van Nietzsche.

Vanaf 1918 ging ook Giorgio Morandi de weg op van de soberheid en de zuiverheid. De stroming bestond maar kort. Zij eindigde in 1920.

Natura morta, Giorgio Morandi, een doek uit de periode van de Pittura Metaficica

 


Giorgio Morandi
De Italiaanse kunstenaar Giorgio Morandi (1890-1964) is de grootmeester van de twintigste eeuwse stillevenkunst. Met zijn subtiel geschilderde vazen, potjes en flessen groeide hij – ondanks die schijnbaar eenvoudige thematiek – uit tot een icoon. De tijdloosheid en verstilling in Morandi’s schilderijen, spreken ook veel collega-kunstenaars aan. Niet voor niets wordt hij een painter’s painter genoemd, een voorbeeld voor andere schilders. Een fantastische schilder.

Morandi leidde een teruggetrokken bestaan in zijn geboorteplaats Bologna. Hij leefde samen met zijn drie ongehuwde zussen en verliet de stad zelden. Het liefst was hij in de beslotenheid van zijn sobere atelier te vinden. Die studio was een kamer met slechts één raam dat uitkeek op een binnenplaats. Hier sliep hij, had hij een tekentafel, een boekenkastje, zijn ezel en langs de wanden planken vol alledaagse objecten. Hier vond hij ook zijn ‘modellen’; de kruikjes en potten die vereeuwigd werden in steeds wisselende samenstellingen. Morandi kon voor hij een schilderij maakte dagen lang zijn stillevens rangschikken en bekijken.
Heel even maakt Morandi deel uit van de Pittura Metafisica, na die periode is zijn werk in geen enkel “-isme”meer te vatten.

Het atelier van Morandi is ondergebracht in het museum Museo Morandi. Dagelijks komen daar schoolklassen en mag er worden geraden hoeveel potjes er in het atelier staan.

Natura morta 1951, Giorgio Morandi. Olieverf op doek.