Uitgelicht » Aquarelleren en wit

Aquarelleren en wit

Marja de Leau

Witten in de aquarel, mag je wel wit uit een tube gebruiken?

Marja de Leau maakte in aquarel een monochroom portret aangevuld met een gebrande sienna . De opbouw van de aquarel is schijnbaar simpel, wat vlekken die de haarpartij suggereren,  vlekken voor de ogen en de neusgaten, de lippen en de aquarel is af. Maar voor zij tot dit resultaat kwam is er heel wat geschilderd en ook weer heel wat weggehaald. Op goed papier kan je met een spons met warm water veel weghalen. Een aantal kleuren waaronder veridian en blauwen hechten zich snel aan het papier en zijn moeilijker te verwijderen. Een oude penseel en heet water doet wonderen. De linkerkant is deels niet geschilderd, in de ogen is met titaanwit geschilderd. Die combinatie, een bijna monochrome aquarel met veel witten van papier en verf maakt de aquarel spannend. Zo schilderen vergt discipline, een enorme concentratie en zelfbeheersing. Het papier zit zo gauw dicht. Ik vergelijk aquarelleren vaak met de slogan  “meer met minder”.
De aquarel werd in anderhalve les gemaakt, de tekening was goed en een aantal voorstudies gingen aan het resultaat vooraf. Goed werk Marja.


Witten in de aquarel
Surfend op het net lees je veel dat het papier het wit voor je aquarel is. Vaak wordt het wit uit tubes afgeraden, soms zelf verboden. Met een verbod is de kunst nog nooit verder gekomen, natuurlijk mag je wit uit tubes gebruiken. Dat witten het transparante karakter van de aquarel (deels) aantasten klopt. Maar is dat erg? Het is een stijlopvatting dat wit in de aquarel door het papier moet worden gevormd. Het is een stijlopvatting dat aquarel een waterig, transparant karakter moet hebben. Aquarel is waterverf, wat je er mee doet is geheel aan de schilder en niet aan regels en voorschriften gebonden. Het aardige van het vak beeldend kunstenaar is dat je kiest voor een beroep waarin niemand je verteld wat moet of mag; als kunstenaar bepaal je dat zelf. Na de Tweede Wereldoorlog begonnen aquarellisten het wit van het papier als enig wit te beschouwen. Die opvatting kon vat krijgen omdat  papieren echt wit werden zonder te verkleuren. Voor die tijd werden witten uit tubes  gebuikt. Niks verboden, maar schilderen met wit in de aquarel was de normaalste zaak van de wereld.  Een mooi voorbeeld zijn de onderstaande aquarellen  van George Hendrik Breitner en Jan Voerman die het wit royaal gebruikten. Of dat mag kunt u zelf beoordelen.

Breitner, stilleven van rozen, zwart krijt en aquarel op papier 26,3 x 37,6 cm

Wie echt geen witten uit tubes wil gebruiken spaart uit, een knappe techniek. Wil je wel het hele vel schilderen maar er toch witten in houden dan kan je de witten later toevoegen met een titaanwit of de partijen afdekken met een afdekvloeistof. Afdekvloeistof heeft het nadeel dat je overal dezelfde penseelstreek waarmee je de partijen uitspaarde tegenkomt. Gebruik dus meerdere penselen en haal de penseel eerst even door wat afwasmiddel. Het rubber van de afdekvloeistof hecht dan niet aan de haren, je penseel blijft goed. Realiseer je goed dat niet alle afdekvloeistoffen verwijderbaar zijn en soms zachte aquarelpapier kapot maken. De afdekvloeistof van Talens is op bijna alle aquarelpapieren goed te verwijderen.
Kies je voor witten neem dan liever geen dek-of chineeswit. In deze witten (eigenlijk een plakaatverf) zit veel krijt waardoor de verf in de tube snel uitdroogt. Titaanwit werkt prima. Drogen de eerste lagen te transparant op dan kan je de verf met Arabische gom in plaats van met water verdunnen. Opgeloste Arabische gom is kant en klaar te koop. Wil je zelf Arabische gom oplossen zorg dan voor drie eenheden water en één deel gompoeder. Om verzuring tegen te gaan moet je ongeveer 5% conserveringsmiddel (aluin of natriumbenzonaat) toevoegen. Een dag van te voren klaarmaken, de gom moet langzaam oplossen.

Jan Voerman, Witte azalea’s in de pot Augustine, 1889. Collectie Museum de Fundatie