Uitgelicht » Luna

Luna

Margreet Höll

Margreet Höll maakte een fantastisch gelijkend portret van haar hond Luna. Het portret werd gemaakt in aquarelverf en werd in hoofdzaak met een droge penseel gemaakt. Hoe droog? Zo droog dat je bijna het idee hebt dat er geen water of verf meer in de penseel zit. De haren van de penseel kunnen dan worden gespreid en met een zachte beweging werden de haren van de hond geschilderd.
De aquarel werd geschilderd met Caseneo-penselen van Da Vinci, een extra fijne penseel en zacht synthetisch haar gevat in kunststof huls. Bij deze penselen zijn geen dierlijke materialen gebruikt.

In de aquarel is de nadruk heel mooi op de kop van de hond gelegd. Deze is bijna tot in detail uitgewerkt. Zodra je naar beneden gaat dan zie je dat in de vacht de aquarel veel minder is uitgewerkt. Knap om in één onderwerp het principe van schepte/diepte zo te gebruiken.

Het werk van Margreet Höll voor mij valt het onder het realisme.

Realisme
Halverwege de 19e eeuw rees er bij diverse schilders verzet tegen de afstandelijke stijl van het classicisme en de overdreven stijl van de romantiek. Het realisme beeldde alledaagse gebeurtenissen af, een groet of gewone arbeiders aan het werk op het land. De manier van schilderen was vergelijkbaar met die van de romantiek: veel aardetinten en realistische verhoudingen en kleuren. Voor het eerst werd gezocht naar een  werkelijkheid die iet geïdealiseerd was. Dit uitte zich in het afbeelden van bezwete geharde havenarbeiders, maar ook in het afbeelden van schaam- en okselhaar in naakten. Gewone mensen, alledaagse taferelen en de onverhulde werkelijkheid zijn belangrijke thema’s voor de realisten van de tweede helft van de negentiende eeuw. Inspiratie wordt gevonden in het plattelandsleven en het vaak miserabele lot van de lagere sociale klasse.

De stroming riep veel weerstand op, critici vonden dat de realisten zich te veel richten op datgene wat lelijk was. Realisten zagen zichzelf meer als journalisten.

Gustave Courbet
Het realisme begon in Frankrijk met de belangrijkste voorman  de kunstschilder Gustave Courbet (1819-1877). Met zijn enorme schilderij “Het atelier van de kunstenaar”  uit 1855 maakte hij een indrukwekkend statement.

Het atelier van de kunstenaar. Gustave Coubet 1855

Het beroemde schilderij laat zien waar de schilderkunst volgens Courbet over zou moeten gaan. Hij wilde de werkelijkheid gewoon laten zien zoals deze was. De realiteit moest niet geïdealiseerd worden weergegeven zoals gangbaar was in de romantische stijl en ook niet verheven zoals gebruikelijk was in de neoclassicistische stijlopvatting. Het doek was door Courbet bedoeld om op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1855 te worden tentoongesteld. De gevestigde orde in de kunstwereld zette hem echter de voet dwars door het doek af te wijzen voor deze belangrijke tentoonstelling. Frankrijk wilde in de eerste plaats de sier maken met haar beste al geaccepteerde kunstenaars, zoals Delacroix en Ingres. Courbet liet zich niet weerhouden om het schilderij aan het publiek te tonen. Hij stelt een tentoonstelling samen van zijn schilderijen in zijn ‘Pavillon du Réalisme’, een barak op het terrein van de Wereldtentoonstelling. De barak stond schuin tegenover het Palais de Beaux-arts waar het werk van onder meer Delacroix en Ingres was te zien. Zijn strategische zet levert Courbet niet zozeer grote verkoop op, maar wel belangstelling van jonge kunstenaars in Parijs. Zijn naam als kunstenaar is direct gevestigd. Ook publiceert hij in dat jaar zijn Realistisch Manifest. Hierin verdedigt hij kunst, die een afspiegeling wil zijn van de eigen tijd. Na zijn presentatie op de Wereldtentoonstelling stapt Courbet volledig af van zijn eerdere romantische schilderstijl.

Het realisme ging over in het Impressionisme. Niet elk figuratief schilderij valt dus onder het Realisme.

Het fotorealisme
In de late jaren zestig ontstaat hyperrealisme – ook fotorealisme genoemd – in Amerika als reactie op de heersende trend van abstracte en conceptuele kunst. In navolging van Pop Art neemt een groep jonge Amerikaanse schilders hun dagelijks leven en objecten uit de consumptiemaatschappij, tot onderwerp van hun werk. Zij gebruiken fotografie als uitgangspunt voor hun schilderkunst en brengen de verzamelde informatie, met verschillende methodes en technieken, over op het doek.
Van close-ups van autobumpers, glanzende lak en blinkend chroom, kleurrijk kinderspeelgoed en snoep tot het interieur van Amerikaanse ‘diners’ met zoutstrooiers en ketchupflessen tot urban life; met neonreclame, stadsgezichten en landschappen, reflecties in winkelruiten en enorme portretten. De schilderijen van alledaagse taferelen en uitvergrote consumptiegoederen trekken sinds de eerste dag van hun verschijning veel aandacht, zowel van bewonderaars als critici. Het werk roept aanvankelijk de vraag op of het kunst is of slechts een representatie van de werkelijkheid. Inmiddels kent deze kunststroming vele enthousiaste aanhangers.

Kenmerken van het hyperrealisme zijn:

  • het isoleren van een fragment uit de werkelijkheid
  • meer dan levensecht weergeven van de werkelijkheid, omdat alles even scherp in beeld wordt gebracht
  • soms: intensivering door schaalvergroting.
Tjalf Sparnaay, Fried Egg 2015