Uitgelicht » De corona-prent

De corona-prent

Aan het seizoen komt door het coronavirus een tijd stil te liggen.
Zo erg als in 1348 zal het niet worden. Florence wordt getroffen door een pestepidemie, die genadeloos om zich heen grijpt. Zeven jonge vrouwen en drie jongemannen besloten Florence te ontvluchten en zich terug te trekken op het Toscaanse platteland. Om de tijd te doden vertellen ze elkaar elke dag verhalen,  variërend van scabreus tot hoofs, van dramatisch tot komisch. Allemaal zijn ze een lofzang op het menselijk vernuft en op het rake woord dat levens kan redden. De tien vertellers overleefden de Zwarte Dood.
In 1353  beschrijftde Italiaanse dichter Boccaccio de vlucht van deze mensen en tekent hij de verhalen op in de Decamerone.

De Decamerone wordt tijdens deze crisis weer actueel. Acteurs uit het Nederlandse theater lezen vanaf 27 maart dagelijks één verhaal uit Boccaccio’s Decamerone. Elke dag een nieuw verhaal.  Als ode aan het leven. Dichter en acteur Ramsey Nasr leest het eerste verhaal uit de reeks voor.

Ik kan niet anders dan de lessen een tijd stil te leggen en mij terugtrekken op het atelier aan het Ledeganckplein, de sociale isolatie ten voeten uit. Vervelend voor al die cursisten die een heel cursusseizoen betaalden en dat maar gedeeltelijk konden volgen.


Verhalen vertellen is niet mijn sterkste kant, mijn taal is beeldend. Zij is abstract en bestaat uit een aantal vlakken, doorgaans in één kleur, die verbonden lijken door een scharnierend of verbindend element. Dit levert intrigerende beelden op die de kijker aanzetten tot langdurig observeren.
De etsen zijn altijd een combinatie van verschillende diepdruktechnieken met chine collé en bij gelegenheid ook hoogdruk. Het kleurgebruik is gereserveerd. Bruin, blauw, geel en rood zijn dominant maar steeds in isolement. Ik meng mijn kleuren niet en pas ze evenmin naast elkaar toe in een ets. Hoewel de verbindende vormen in mijn werk soms aan (fragmenten van) lettertekens doen denken, blijft de beeldtaal consequent abstract. In overeenstemming hiermee geef ik mijn werken dan ook geen anekdotische titels. Ze worden voorzien van een doorgaande nummering.

Naast etsen maak ik aquarellen. De aquarellen concurreren met mijn etswerk. Is de beeldtaal hier hetzelfde, de techniek van de waterverf geeft het werk een lichtheid die in het etswerk ontbreekt. In een reeks aquarellen of pigmenttekeningen, carré’s genaamd plaats ik een vierkant in het centrum van de voorstelling, dat aan de randen uit balans wordt gebracht door grafiet, waterverf of een strookje bladgoud.
Poëtischer kan een vierkant niet worden. 

Daar ligt mijn kracht, in het beeldend bezig zijn en ik besloot voor de cursisten een ets te maken, een ets in een oplage van 60 exemplaren. Zoals hierboven al omschreven, mijn werk bestaat uit een combinatie van verschillende diepdruktechnieken. Van het proces plaats ik wat foto’s.

 

Een ets begint met een metalen plaat, zink in dit geval. Die plaat wordt afgedekt met een harde waslaag (bitumen met bijenwas) waar de “tekening” in wordt gemaakt. Achterkant van de plaat wordt met spirituslak zuurbestendig gemaakt waarna de plaat in een bak salpeterzuur wordt uitgebeten. Dit in het kort. Het wordt te ingewikkeld om alle technieken hier uit te leggen, maar ik wil het, als corona in de hand is, best een keertje voor doen.

In de prent, No. 6045 werden de volgende technieken gebruikt:

  • lijnets
  • vernis-mou
  • wildbijting
  • zaging
  • hoogdruk
  • chine collé
  • bladgoud