Uitgelicht » Jeannette Voorbij

Jeannette Voorbij

Jeannette Voorbij ken ik als een schilder die in dunne laagjes een schilderij opbouwt, een schilder die soms net iets te aarzelend of te doordacht haar doeken schildert. De aarzeling heeft zeker zijn voordelen, bij mijn eigen werk stel ik ook heel vaak iets uit, maar het kan ook ten koste gaan van de spontaniteit. En dan opeens wordt dit zeegezicht geschilderd, met een ferme toets is volstrekt overtuigend een schilderij neergezet. Een absolute topper in haar oeuvre.

Een dun geschilderde achtergrond tegen de wat dikker en a la prima geschilderde toetsen van de zee zorgen voor een mooie diepte in het werk.  De zee zwelt in toets van dun naar dikker aan. Een prima vertaling van het atmosferisch perspectief.

Erg mooi vind ik de combinatie van blauwen aangevuld met okers en groenen. Mooi doek Jeannette.


De Nachtwacht

In het Rijksmuseum hangt een schuttersstuk van Rembrandt. Hij voltooide het doek in 1642 en heeft als titel “De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren”

Zo kennen wij dit doek niet. Wij kennen het doek onder de naam “de Nachtwacht”. Maar waarom wordt het doek eigenlijk zo genoemd? De naam ‘De Nachtwacht’ heeft het schilderij in de achttiende eeuw gekregen. Rembrandt gebruikte een damar-vernis. Dit vernis werd in de loop van de tijd steeds donkerder. In combinatie met de donkere kleuren die Rembrandt gebruikte werd daarom aangenomen dat het afgebeelde tafereel zich ’s nachts afspeelde. Zodoende kreeg het de naam waaronder wij het nu kennen.

Bij één van stillevens die in in de rubriek thuis plaatste, stelde ik de vraag waarom het meisje in de Nachtwacht een kip vasthield. In de tijd van Rembrandt werd niets aan het toeval overgelaten. Het meisje staat met Banninck Cocq en van Ruytenburgh centraal en in het volle licht. Zij symboliseert de kloveniers. De klauwen van de kip die aan haar gordel hangt, verwijzen naar de naam ‘clauweniers’. In haar hand houdt de ceremoniële drinkhoorn van de kloveniers vast.

De Nachtwacht is oorspronkelijk een stukje groter geweest. Toen het schilderij in 1715 verhuisde van de Doelen naar het Stadhuis op de Dam, werd het aan drie kanten verkleind. Het schilderij moet ongeveer 400 bij 500 centimeter groot zijn geweest. Dit is niet de enige keer geweest dat het werd verplaatst. In de negentiende eeuw hing het in het Trippenhuis en tijdens de Tweede Wereldoorlog is het, opgerold en wel, in de mergelgrotten in Limburg ondergebracht.

In de Nachtwacht zitten 15 verborgen details. Een artikel uit het Parool laat ze zien en beschrijft ze. U kunt onderstaande  foto van de Nachtwacht die bij dit artikel hoort hier openen en vergroten. Leuk om in de lockdown te bekijken.

Smalt
Rembrandt kon dus wel degelijk honden schilderen (nr 1 op de pagina van het Parool, zie boven), hij gebruikte alleen een verf die niet kleurecht was; smalt. Smalt werd gemaakt van gemalen kaliumglas en kreeg zijn blauwe kleur door toevoeging van kobaltoxide. De kleur staat al vermeld op de kleitabletten uit de bibliotheek te Nineveh ( Egypte, zo’n 1000 jaar voor Christus). Door de opkomst van de glasindustrie werd de kleur opgenomen in schilderateliers. Na het ontdekken van de kleur kobaltblauw verdween de kleur. Winsor&Newton gaf bij haar 150 jarig bestaan de kleur in aquarel als relatiegeschenk in een zeer beperkte oplage uit. Ik heb twee tubes,  niet om te gebruiken maar gewoon om te hebben. In olieverf blijkt de kleur perfect als siccatief (droogmiddel) te werken.

Er zijn altijd wel vreemde kleuren geweest.
In 1972 kocht ik bij Stahlecker, een schilderswinkel op de Boekhorststaat Den Haag, een ons van het pigment Mummie, een wat groen/bruine kleur. Pas later begreep ik dat het pigment bestond uit afgeschraapte huid van een echte mummie. Dat dit uiteindelijk verboden werd is niet meer dan vanzelfsprekend. Ik heb er wel spijt van dat ik het restje wat ik had heb weggegooid.

Een andere vreemde kleur was Schijtgeel, een gele kleurstof die snel verkleurde. Een oude kleur (Cennini beschreef hem begin 1400 al in zijn handboek) die zijn naam waarschijnlijk dankt aan het feit dat de kleur werd gemaakt van bessen van de wegedoorn. Deze plant had een grote laxerende werking. De kleur was transparant en alleen geschikt voor glacis. Alleen verkleurde het geel bijzonder snel De verkleuring van dit geel is mooi te zien in “het straatje” van Vermeer. Als je de foto vergroot zie je aan de linkerkant een blauwe klimop. Deze klimop was van oorsprong groen door het glacis van het warme geel.

De herkomst van een kleur is vaak aan de naam te herleiden, Sienna’s komen uit Sienna en Napels geel hoeft ook geen uitleg. Mooi zijn de Caput Mortuum kleuren. De Nederlandse naam is Dodekop. Het is een rode en paarse verfstof. De alchemisten gebruikte de Latijnse benaming caput mortuum. Dit betekent dood hoofd. Het was een pigment welk werd gemaakt uit het niet bruikbare (dode = mortuum) residu, dat na het distilleren in de kop (Caput) van het distilleerapparaat overbleef. De kleur wordt ook wel Ossenbloed genoemd. Niet omdat het van bloed wordt gemaakt maar omdat de kleur op ossenbloed lijkt.