Uitgelicht » Gijsbert Harder

Gijsbert Harder

Met veel oog voor detail schilderde Gijsbert het oude Mariabeeld. De details zijn zo sterk geschilderd dat het bijna een echt beeld lijkt. Door de schaduwwerking komt het kind los van de moeder. Het blauw in de achtergrond sterk en heel passend bij dit onderwerp. Door het blauw iets over de mantel te zetten krijg ik het gevoel dat het beeld uit de achtergrond komt zetten.

Als je de plooien van de jurk bekijkt dan lijkt het net een geboetseerd stuk. De kleur van de schaduwen zorgen voor een goede samenhang.
Een sterk, thuis in lockdown geschilderd, doek (het is in acryl geschilderd) net wat ik al zei, met heel veel oog voor detail.


Rembrandt
Wie ook oog voor detail had was Rembrandt van Rijn.  Op het schilderij “Bathseba met de brief van koning David” zien we Hendrickje Stoffels.

Rembrandt: Bathseba met de brief van koning David 1654, collectie Louvre

Het schilderij refereert aan het Bijbelse verhaal van koning David, die zijn oog had laten vallen op de mooie Bathseba. Vanuit zijn woning kon hij haar zien als ze ging baden. Bathseba was echter getrouwd. David loste dit echter op door haar man Uria bewust met de fronttroepen ten oorlog te sturen, waar deze later sneuvelde, als verwacht. Nog terwijl haar man aan het front streed, liet David Bathseba per brief bij zich ontbieden en maakte haar zwanger. Na de dood van haar man kon hij haar huwen en verwekte nog meer kinderen bij haar. Het doek zou later door de kerkenraad tegen haar worden gebruikt.

Het schilderij laat nog iets anders zien. Wie de linkerborst goed bekijkt ziet dat Rembrandt niets verhulde. De blauwe plek op de linkerborst en de lichte vervorming onder de linker oksel leidden onder kunsthistorici en medici tot speculaties dat zij overleden zou zijn aan borstkanker. Hendrickje Stoffels is inderdaad jong overleden, vermoedelijk met borstkanker maar officieel overleed zij aan de pest.

Detail linkerborst.

Rembrandt en zijn vrouwen.

Saskia Uylenburg
In juni 1633 verloofde Rembrandt zich met de toen twintigjarige Saskia Uylenburgh. Saskia, de dochter van een burgemeester en de nicht van de bekende kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh was een wees en had de beschikking over een royale bruidsschat. Een jaar na hun verloving traden zij in het huwelijk. In 1639 kocht Rembrandt  een huis in de Anthonie Breestraat te Amsterdam. In dit huis is het Rembrandthuis gevestigd. Saskia kennen wij van de statige portretten.

Saskia en Rembrandt kregen vier kinderen:  Rumbartus en twee dochters die naar naar de moeder van Rembrandt werden vernoemd; Cornelia. De drie kinderen overleden vlak na hun geboorte.  In 1641 werd Titus geboren. Titus was de enige van hun vier kinderen die in leven bleef. Een jaar na de geboorte van Titus overleed Saskia, nog geen dertig jaar oud. 

Geertje Dircx
Na de geboorte van Titus was Geertje Dircx aangesteld als kindermeisje (“droge min” zoals dat officieel heette). Na het overlijden van Saskia werd Rembrandt verliefd op Geertje. Zij kregen een verhouding en hoewel niet getrouwd leefden zij openlijk als man en vrouw. Als teken van trouw schonk hij Geertje de juwelen van zijn overleden echtgenote Saskia.  Dat leidde al snel tot problemen. De familie van Saskia, in de persoon van Titus’ voogd, Hendrick van Uylenburgh, maakte zich grote zorgen. De gezondheid van Geertje was niet best, dus het risico dat de nalatenschap aan Titus zou ontglippen, was reëel. Rembrandt wist de gemoederen te bedaren met de belofte dat Titus de juwelen na de dood van Geertje zou terugkrijgen.

Geertje hoopte dat Rembrandt hun relatie zou bekrachtigen met een huwelijk. Maar intussen was de veel jongere Hendrickje Stoffels  verschenen en Rembrandt werd opnieuw verliefd.  Geertje eiste voor de Amsterdamse “Huwelijkskrakeelkamer”, dat Rembrandt zijn belofte met haar te trouwen zou nakomen. Het schenken van de juwelen was voor de Huwelijkskrakeelkamer reden aan te nemen dat dit ook Rembrandts intentie was. Rembrandt weigerde en stelde een alimentatie van 5 gulden per maand voor. Dit voorstel werd door de Huwelijkskrakeelkamer afgewezen. Het oordeel was dat Rembrandt niet hoefde te trouwen maar wel  werd veroordeeld tot een alimentatie van 300 gulden per jaar. Geertje nam wraak door de juwelen te verkopen.

Helaas; Geertje werd op verzoek van haar familie en in overleg met Rembrandt ondergebracht in tuchthuis in Gouda. In dit soort huizen werden mensen door familieleden opgesloten om hun eer en reputatie te redden door de persoon in kwestie buiten de samenleving te plaatsen. Het tuchthuis had aanvankelijk zijn bedenkingen tegen opname van Geertje maar kon het geld wat Rembrandt voor haar verblijf betaalde goed gebruiken. Na vijf jaar kwam Geertje weer vrij. Rembrandt kon door zijn faillissement het kostgeld niet meer betalen.

Hendrickje Stoffels
Inmiddels was Hendrickje Stoffels de minnares en muze van Rembrandt geworden. Zij poseerde naakt en naakt poseren was in die tijd geen neutrale zaak. Veel modellen waren prostituees en naakt poseren was al genoeg om een vrouw van het ergste te verdenken. Officieel is er geen gedocumenteerde afbeelding van Hendrickje bekend. Wel bestaan er een aantal Rembrandts uit de periode waarin Hendrickje met hem samenwoonde, waarop zij mogelijk is afgebeeld. Toen Hendrickje al vijf jaar bij hem was en in verwachting van hun dochter was, moest zij het plotseling ontgelden. Naar verluidt zou het schilderij ‘Batheseba met brief van koning David’ (zie het schilderij boven) daar aanleiding toe zijn. Het schilderij werd door de kerkenraad gezien als  provocatie. Daarnaast was zij zwanger en ook dat zal zeker een rol hebben gespeeld. Hendrickje verscheen voor de kerkenraad om zich te verantwoorden voor het ‘in hoererij verloopen met Rembrandt als schilder’.  Omdat Rembrandt geen belijdend lid was  werd hij hier niet op aangesproken.  Zij bekende schuld en werd ‘daerover ernstelijk bestraft, tot boetvaerdicheijt vermaent en van den tafel des Heeren afgehouden’. Zij mocht dus niet meer meedoen aan het Avondmaal in de kerk. Drie maanden na haar veroordeling beviel Hendrickje van hun dochter Cornelia.

In 1656 ging Rembrandt failliet en moesten zijn bezittingen worden geïnventariseerd en verkocht. Op 14 februari 1658 machtigde de Desolate Boedelskamer van Amsterdam de conciërge om meubels en huisraad van Rembrandt te verkopen. Bij de huisraad zat ook een eikenhouten kast die van Hendrickje Stoffels bleek te zijn. Zij bewaarde daarin linnen, wol, zilverwerk, gouden ringen en andere zaken, ter waarde van zeshonderd gulden. Hendrickje Stoffels eiste en kreeg de kast terug. Omdat de  opbrengst van de verkopingen niet genoeg was om alle schulden en de hypotheek op hun huis te betalen ( het huis werd met een verlies van tweeduizend gulden verkocht) begon Hendrickje Stoffels met Titus van Rijn een kunsthandel: zij verkochten schilderijen, tekeningen, kopergravures, houtsneden en rariteiten. Rembrandt kwam als onbetaalde werknemer in dienst van deze firma (*noot: Anton Heijboer had eenzelfde constructie), waardoor hij werd gevrijwaard van claims van zijn schuldeisers. In 1663 overleed Hendrikje.

Bronnen:

  • Historieknet,
  • Cultuurwijs,
  • Wikipedia,
  • Oud-Edam,
  • Rembrandthuis
  • A. Overbeek (red.), Rembrandt zijn leven zijn schilderijen (1984), blz. 240 en 292 – 293.