Uitgelicht

De reis naar de abstractie

Daan Hinfelaar

“Stad in het woud”, aquarel

Daan schilderde een tijdje met acryl en maakte nog niet zo lang geleden de overstap naar de aquarel. Waar veel cursisten de aquareltechniek als moeilijker dan schilderen met acryl ervaren, voelt zij zich als een vis in het water. In bovenstaande aquarel zet zij een mooie compositie neer en gebruikt zij contrasten als vaste vormen tegenover vlekken en een grafisch element als lijnen tegenover de aquareltechniek.  De kleuren zijn in een mooi gamma opgezet. Het is een wat ingetogen blad geworden. Vanuit het realisme stapt Daan naar de abstractie.


De weg naar de abstractie, Piet Mondriaan

De bekendste Nederlandse pionier van de abstracte kunt is Piet Mondriaan (1872-1944). Wij kennen allemaal zijn rood-geel-blauwe schilderijen met horizontale en verticale zwarte lijnen, iconen van de moderne schilderkunst.  Deze schilderijen kwamen niet uit de lucht vallen, maar waren het eindpunt van een lange ontwikkeling. Die begon bij Picasso, en werd een handje geholpen door de kust van Domburg.

Het vroege werk van Mondriaan is  sterk gebaseerd op de waarneming naar de realiteit: hij schilderde wat hij zag . Geleidelijk schilderde hij steeds abstracter, totdat er alleen horizontale en verticale lijnen overblijven. Mondriaan verkocht niet veel. Hij leefde van zijn bloemstillevens. Sal Slijper, kunstverzamelaar en mecenas van Mondriaan was de enige die met regelmaat werk van hem kocht. Na zijn overlijden in 1971 schonk hij zijn Mondriaancollectie (ca 200 werken) aan het Haags Gemeentemuseum. Het Haags gemeentemuseum heeft dan ook een fantastisch overzicht van de ontwikkeling van Mondriaan.

In Den Haag hangen drie schilderijen van bomen die duidelijk verschillende fases van Mondriaans ontwikkeling tonen.

Het eerste doek, de rode boom uit 1908, laat nog een boom zien.

In het tweede schilderij, “De grijze boom” uit 1911, werkte Mondriaan zijn in ‘De rode boom’ gebruikte vormprincipes verder uit. Je ziet hier aparte beeldelementen verschijnen die met het verloop van de echte boom niets meer te maken hebben. Tussen de uitstralende krans van takken zijn lijnen en vegen geschilderd waarmee de kunstenaar klaarblijkelijk niets natuurlijks meer wil aanduiden. Het is zijn bedoeling je blik, die de boom anders gestaag zou aftasten, door de compositie te sturen. Behalve beweging heeft de voorstelling zo ook een nieuw soort evenwicht gekregen. De lijnen en vegen van de ‘Grijze boom’ staan helemaal los van de waarneming en vormen een eigen beeldwerkelijkheid. Op het moment dat Mondriaan dit werk maakte, gaf het hem kennelijk geen voldoening meer alleen te stileren. Vorm en restvorm krijgen beeldend dezelfde aandacht.

In het schilderij “Bloeiende appelboom”, 1912  ging hij nog een stap verder. In het doek laat de boom zich nauwelijks meer laat herkennen.

Bij abstracte kunst  is de werkelijkheid altijd nog onderdeel van het doek. er is dus altijd nog een literair, verwijzend iets. Abstract komt van het Latijnse woord abstráhere (weglaten). Mondriaan betekende veel voor de hedendaagse kunst. Zijn werk veranderde niet alleen de beeldende kunst maar speelde (via de Stijlgroep) een belangrijke factor in veranderingen in o.a. de bouwkunst en typografie.

Over Piet Mondriaan is veel te vertellen. In het jaar van de Stijl heeft het Het Haags Gemeentemuseum de ontwikkelingen van Mondriaan online gezet. Loop (met cursor)  door die site heen en een nieuwe wereld gaat open. Je vindt de site hier.

 


Non figuratieve kunst

Non figuratieve kunst gaat nog een stap verder dan de abstracte kunst. Een non figuratief werk heeft zich ontdaan van elke literaire betekenis of verwijzing. Het verwijst louter naar zichzelf.

De aquarel met bladgoud No.5068 van mijzelf is een goed voorbeeld van non figuratieve kunst. Omdat er geen enkele verwijzing meer is hebben de werken geen titel maar worden ze opeenvolgend genummerd.

 

 

 

Der Blaue Reiter

Willem van den Boom

“Ruiter en paard”, Willem van den Boom. Acryl op canvas

Na een reis door Zuid Afrika verraste Willem van den Boom mij met een kleurrijk schilderij. De schilderkunst in Zuid-Afrika is kleurrijker dan de Nederlandse. Het schilderij, een ruiter te paard, is niet “netjes” geschilderd. Het is een wat rafelig, dun geschilderd doek. In het doek is de uitwerking ondergeschikt gemaakt aan de gevoerde beeldtaal, direct en expressief  Perspectief, zowel het lijn-als atmosferisch perspectief, zijn achterwege gelaten.  Elk stukje doek heeft dezelfde intensiteit en kracht gekregen. De lijnen om de vlakken werken als een doorlopende verbindende factor in het doek.
Via het onderwerp, een ruiter te paard, het kleurgebruik van het Duits Expressionisme wil ik de stap naar de Der Blaue Reiter, Wassily Kandinsky en het Bauhaus maken.


Der Blaue Reiter

In het begin van de 20ste eeuw zette een groep kunstenaars de kunstwereld in München volledig op zijn kop. Met hun expressieve, lyrische schilderijen vol felle kleuren stond Der Blaue Reiter, zoals zij zichzelf noemden, aan de bron van het ontstaan van het Duits expressionisme. Kern vormden de Russische Wassily Kandinsky en zijn geestverwant Franz Marc.
De naam van de groep, ‘Der Blaue Reiter’ was aanvankelijk de titel van een publicatie, die in 1911 door Wassily Kandinsky en Franz Marc in München werd geschreven. Op de titelpagina stond het schilderij ‘De blauwe ruiter’ van Kandinsky afgebeeld. In het tijdschrift publiceerden zij hun idee dat ‘de scheppende geest’ in vorm en kleur weergegeven kan worden.

Deze schilders, schrijvers, dichters en componisten zochten naar een (diep doorvoelde) spirituele basis voor een nieuwe, internationale cultuur. Ze knoopten internationale betrekkingen aan en organiseerden tentoonstellingen. Er vormde zich al snel een groep vooraanstaande kunstenaars, met o.a. Paul Klee, Robert Delaunay en de componist Arnold Schönberg. De groep was niet zo samenhangend en had geen eigen stijlvorm, maar was zeer internationaal georiënteerd.

Der Blaue Reiter was vooral een losse vereniging van kunstenaars zonder een vastgesteld programma of een georganiseerd lidmaatschap. De bedoeling was veeleer een ideale vriendschapsband. Die gedachte kon worden verwezenlijkt; het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte aan dit zeer bloeiende kunstleven te München een einde. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914, waarin Macke en Marc sneuvelden, viel de groep uiteen. Kandinsky, Klee en anderen verlieten het land. De ideeën echter bleven en werkten door.

Toen Klee en Kandinsky, in 1920 vanuit Parijs naar Duitsland teruggekeerd, als leraar aan het Bauhaus werden aangesteld, kregen zij de gelegenheid, die ideeën verder te verspreiden. In 1926 stichtten zij met Feininger (ook aan het Bauhaus verbonden) en A. von Jawlensky de “Blaue Vier”, als herinnering aan Der Blaue Reiter.


Wassily Kandinsky, 1866-1944

Aanvankelijk studeerde Kandinsky rechten en economie in Moskou. Hij zou een veelbelovende wetenschappelijke carrière als jurist voor zich hebben. Zijn werkelijke passie lag echter bij de schilderkunst. Op dertigjarige leeftijd nam hij een radicaal besluit: hij zou kunstschilder worden. In 1900 verhuisde hij naar München. Daar studeerde hij aan de kunstacademie. In Parijs kwam Kandinscky in contact met het fauvisme. Het heldere kleurgebruik sprak hem aan.

Kandinsky was, net als de meeste expressionisten, geïnteresseerd in de weergave van het gevoel in zijn kunstwerken. Hij was op zoek naar ‘vibraties van de ziel’. Om de ziel te doen vibreren, bedacht hij, is het van belang dat het afgebeelde niet zozeer verwijst naar de zichtbare werkelijkheid. Vanwege dit inzicht verdween figuratie, het afbeelden van herkenbare figuren, langzaam maar zeker uit het werk van Kandinsky. Hij zei zelfs dat het figuratieve schadelijk was voor zijn schilderijen. In 1910 schilderde hij zijn eerste volledig abstracte, niet-figuratieve schilderij. Het was niet meer belangrijk ‘wat’ er op het schilderij stond afgebeeld, maar vooral ‘hoe’. Kleur en vorm kregen de prioriteit. Kandinsky haalde veel inspiratie uit de muziek. Hij zag overeenkomsten tussen de schilderkunstige beeldelementen als lijnen, kleuren en vormen en muzikale elementen als ritme, klanken en akkoorden.

In 1911 richtte Kandinscky samen met kunstschilder Franz Marc de kunstenaarsgroep ‘Der Blaue Reiter’ op.


Het Bauhaus

Het Bauhaus was een beroemd opleidingsinstituut voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten die van 1919 tot 1932 eerst te Weimar later te Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd was.  Kunstenaars als Klee, Kandinsky, Johannes Itten  (deze ontwikkelde hier zijn voor de kunst zo belangrijke kleurenleer) maar ook architecten als van der Rohe waren aan het Bauhaus verbonden. Het Duitse nationaalsocialisme wilde van het Bauhaus af en dwong het in 1932 naar Berlijn te verhuizen. In 1933 sloot het Bauhaus voorgoed haar deuren.

Uitgebreide informatie over het Bauhaus vindt u hier.

Het landschap en de naïeve schilderkunst

Toos Wubben

Toos Wubben maakte het schilderij “landschap”. Mooi van kleur en compositie. De kleuren liggen dicht tegen elkaar aan en het schilderij is vooral eigen van opvatting. In de loop van de jaren ontwikkelde Toos haar eigen manier om de werkelijkheid weer te geven. Dit schilderij is qua compositie en kleurgebruik één van haar betere doeken. De dreigende onweerslucht aan de rechterzijde fascineert.
De heldere blauwe kleuren, de witte huizen, de in vlakken opgedeelde bomen, alles hoort bij elkaar en het lijkt of alle vormen en kleuren als vanzelfsprekend op de juiste plaats staan. De dakkapel op het voorste huis maakt het schilderij compleet.

De schilderkunst van Toos Wubben is in te delen bij de naïeve schilderkunst. Naïeve kunst heeft soms een wat negatieve klank maar dat is het beslist niet. Toos is met haar schilderij oorspronkelijk en heel dicht bij zichzelf gebleven. Ik vind het een leuk schilderij waar je met plezier naar kijkt.


Naïeve schilderkunst

Een vereenvoudigde stijl die geen gebruik maakt van perspectief maar wel van sterke kleuren.

Sedert de 19de eeuw de benaming voor de schilderkunst van veelal autodidacten (de zondagschilder) die zonder beïnvloeding van historische stijlontwikkelingen of vormen van volkskunst de zichtbare werkelijkheid uitbeelden op een kinderlijke, naïeve wijze, veelal met grote aandacht voor details.

Naïeve kunst is iets anders dan volkskunst.  Waar  de (anonieme) beoefenaars van volkskunst onlosmakelijk verbonden met de (plattelands)cultuur waarin zij leven, de naïeve schilder onderscheidt zich eerder door de inhoud van zijn werk dan door het gebrek aan techniek met de professionele kunstenaar. Naïeve kunst staat dan ook altijd los van de heersende stijl(en) in de professionele kunst. Door de oorspronkelijke kijk op de hen omringende wereld die uit het werk van de naïeven blijkt en door de suggestie van ontwapenende onschuld en zuiverheid die wordt gewekt, is de naïeve schilderkunst in de laatste decennia sterk in de publieke belangstelling gekomen.


Henri Rousseau

De meest bekende naïeve schilder is Henri Rousseau (le douanier)

De schilderijen van Rousseau zijn onmiddellijk herkenbaar, niet alleen vanwege de naïeve stijl, maar ook vanwege het magische en exotische, jungleachtige beeldmotief dat hij vaak toepaste. De voorstelling oogt heel plat, niet ruimtelijk, en is zorgvuldig afgewerkt. Voor het weergeven van het overdadige groen, zou hij wel meer dan vijftig tinten groen gebruiken. Rousseau was autodidact en leerde vooral door schilderijen te kopiëren in het Louvre te Parijs. Zijn eerste tentoonstelling was in 1885 in de Salon Libre des Beaux-Arts des Champs-Elysées. In hetzelfde jaar werd hij afgewezen voor de prestigieuze Salon, welke jaarlijks een overzicht geeft van de stand van zaken in de kunstwereld van dat moment. In het jaar er op exposeerde hij bij de Salon des Indépendants, eveneens een jaarlijks evenement, dat in het leven was geroepen als reactie op de conservatievere Salon. Door zijn regelmatige deelname aan deze tentoonstelling werd Rousseau mondjesmaat bekender binnen de avant-gardewereld. Zo ontmoette hij de invloedrijke kunstenaar Paul Gauguin en de schrijver Alfred Jarry, die als eerste zijn talent erkende. Ook ontmoette hij Picasso, die zelfs een aantal van zijn werken kocht. Rousseau wordt ook wel ‘De Douanier’ genoemd, vanwege zijn voormalige werk bij de douane.

La charmeuse de serpents 1907, Henri Rousseau. Olieverf op linnen.

Hier vindt u meer informatie over De Nederlandse vereniging van van naïeve schilders

 

Tulpen en het Impressionisme

Markrit van Rooij


Tulpen, aquarel op papier.

Met de aquarel Tulpen zette Markrit één van haar sterkste aquarellen neer. Er is nauwelijks een tulp te zien en toch weten we bijna allemaal dat we hier te maken hebben met de weergave van twee tulpen en een blad. De aquarel is heel spontaan maar ongelooflijk sterk opgebouwd. Drie kleurvlekken en een beetje achtergrond zijn voldoende om weer te geven wat er voor haar stond. Een hele knappe aquarel.
De aquarel en werkwijze van Markrit van Rooij doet denken aan de periode van het impressionisme.


Het Impressionisme

De geschiedenis begint in Barbizon, een Frans dorpje bij de bossen van Fontainebleau waar tussen 1830 en 1850 een groot aantal schilders buiten naar de natuur schilderden. Ze waren allen het stedelijke academisme ontvlucht. Ze wilden, vaak hartstochtelijk en ongebonden, als “plein-air-schilders” het directe contact met de vrije natuur beleven, Het werden de “poëten met de borstel”.

De uitvinding van de tube in 1836 gaf de schilders de gelegenheid om buiten te werken. Al in 1838 waren er drie Engelse firma’s die verf in tubes op de markt brachten. Vóór die tijd werd de verf in dierlijke blazen meegenomen, maar die lieten zuurstof door en de verf hardde te snel uit. De schilders van Barbizon lieten zich o.a. leiden door de 17de eeuwse Hollandse landschapschilders. Niet alleen Franse kunstenaars zochten Barbizon op, ook vreemden maakten er school. De schilder Willem Roelofs was een van hen. Zijn Barbizon geestdrift werkte aanstekelijk op de latere Haagse School.

Het impressionisme, de is de meest in het oog springende vernieuwingsbeweging in de moderne beeldende kunst. Niet alleen als revolterende beweging, tegenover het toen algemeen aanvaarde en officieel erkende academisch Classisime, maar ook als totaal nieuw stijltechnische concept.

De beweging kreeg haar naam in 1874 door een toevallig krantenartikelartikel. De revolterende beweging was echter al een tiental jaren oud en Edoaurd Manet had toen al een paar keer de herrie op gang gebracht, tegenover de officiële salonjury’s. Zijn “Absintdrinker” werd al in 1859 geweigerd, terwijl zijn “Olympia” en het beroemde schilderij “Le déjeuner sur l’herbe” zo’n  schandaal verwekten (het doek verwees naar het Bois de Boulogne, de prostitutieplaats van Parijs waar keurige heren en blote vrouwen elkaar onmoetten), dat ze aanleiding gaven tot de eerste Salon des Refusés in 1863. Het schilderij “Le déjeuner sur l’herbe” is  afgeleid van een oude gravure van Marcantonio Raimondi: Paris oordeel , 1516


Le déjeuner sur l’herbe. Edoaurt Manet, olieverf op doek, 1862-1863


Het Parisoordeel.  Marcantonio Raimondi: kopergravure, 1516 (detail).

Op 15 april 1874, precies een maand voor de officiële Parijse salon, de salon waarop gevestigde kunstenaars jaarlijks hun werk toonden, openden 31 jonge Franse schilders een tentoonstelling met 165 werken op het atelier van de fotograaf Nadar in Parijs. Toen nog onbekende kunstenaars als Monet en Cézanne hoorden tot de exposanten. Wat de kunstenaars deden het was volgens de toen heersende normen absoluut ontoelaatbaar. Zij creëerden een volstrekte anarchie, die er in contacten met publiek niet altijd even zachtzinnig aan toe ging.

De expositie wekte een schandaal, zowel omwille van de onverwacht banale onderwerpkeuzes, naakten die de beschouwer aankeken, als omwille van de volstrekt onaanvaardbare stijltechnieken. De journalist Louis Leroy wilde het  ophefmakende doek van Claude Monet “Impression du soleil levant” ridiculiseren en hij schreef over de exposanten “Het is niets, het is slechts een impressie”.

Onder de geuzennaam Impressionisten gingen deze kunstenaars verder en verdrongen de gevestigde orde voor een nieuwe, zich nog te vormen, gevestigde orde.

Het eerste echte impressionistische schilderij. Claude Monet “Impression du soleil levant”. Olieverf op linnen, 1872. 

De impressionisten worden gezien als de bevrijders van de kleur.
Kleuren als zwart en grijs gingen in de ban. Om toch tot grijzen te komen werden kraplak, pruissisch blauw en gebrande sienna gemengd. Een koele zwarte kreeg meer blauw, een warme meer rood.

Het impressionisme zelf heeft maar kort bestaan. Vanuit verschillende hoeken (ook door kunstenaars die zich eerst onder het impressionisme schaarden) trad er een reactie op tegen de resultaten van het Impressionisme. In de kunstgeschiedenis heet deze stroming het postimpressionisme. Onder het grote publiek is zij echter als impressionisme bekend.

De late Impressionistische schilderijen, in het bijzonder het werk van Monet waren wat onderwerp betreft nauwelijks nog herkenbaar. De schilderijen van de kathedraal van Rouen of van waterlelies zijn soms bijna abstracte kleurverdelingen geworden. Sommige schilders hebben getracht door de schilderijen weer een systematische aanpak te geven of ze ‘steviger’ te maken iets ‘monumentaals’ te geven aan deze wel heel ‘sferische’ manier van werken. Seurat (Pointillisme) en Cézanne zouden op dit gebied belangrijke stappen zetten. Met zijn aanpak werd Cézanne de voorloper van het Kubisme.
Andere schilders bekritiseerden de koele analytische houding ten aanzien van het onderwerp. Als reactie daarop kwam er een schilderkunst met meer aandacht voor sfeer en het scheppen van een bijzondere atmosfeer: Het Symbolisme. Twee schilders zijn daarbij van groot belang geweest: Van Gogh en Gauguin. Hun aanpak met kleur, de afkeer van Gauguin van het overgecultiveerde en het emotionele handschrift van Van Gogh vormden de basis voor de verschillende expressionistische stromingen in de kunst van de eenentwintigste eeuw.
Het belangrijkste is dat deze kunstenaars afstapten van de eis om iets correct of natuurgetrouw af te beelden; het schilderij als kunstwerk was voor de schilder belangrijker dan het onderwerp. Het betekende dat, toen eenmaal deze beslissing was genomen, vanaf nu een weg open lag naar een non-figuratieve kunst. De Postimpressionisten en dan in het bijzonder Van Gogh, Gauguin en Cézanne zijn daarmee de grondleggers van wat men wel ‘de moderne kunst’ noemt. Naast deze drie schilders zijn er diverse kunstenaars die aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw een soortgelijke belangrijke stap hebben gezet. Om een paar te noemen: Munch in Noorwegen en Ensor in België.
Daarnaast werd in de periode van het Symbolisme, de schilderkunst uit de jaren negentig van de negentiende eeuw op allerlei manier geëxperimenteerd met nieuwe vormentalen

 

Pastel en de Gulden Snede

Els van der Luit.

Tulpen in pastel, 50/65 cm.

Bij de korte introductiecursus werd ik verrast door de pasteltekening van Els van de Luit. Het begon als een gewone tekening, een paar tulpen op een ondergrond. Met een hele kleine verandering, de vaas doortrekken naar beneden en zorgen dat die partij dichter werd opgebracht dan de rest ontstond er een sterk beeldend blad. Prachtig gebruik gemaakt van kleuren maar vooral van compositie.  Wie goed kijkt ziet dat de vaas niet in het midden maar op een gulden snede punt eindigt. Een meester in het schilderen in dezelfde kleur maar door verandering van penseelvoering toch onderlinge verschillen te laten zien was Morandi, de virtuoze Italiaanse stillevenschilder.

Els maakte meer dan een paar tulpen op een ondergrond, Els maakte een geweldige pasteltekening met als krachtigste element de vaas die buiten het kader kwam te staan.

De pastel voordat de vaas werd doorgetrokken.


De Gulden Snede

Betekenis van de Gulden Snede
De gulden snede is om verschillende redenen interessant. Ten eerste is het een klassieke opvatting dat de Gulden Snede “mooie” verhoudingen geeft. Al in de oudheid baseerden de Grieken de ontwerpen van gebouwen op de Gulden Snede. Later kwam dit concept opnieuw in de mode in de Renaissance, en ook vandaag de dag zijn er kunstenaars en architecten die de Gulden Snede bij de vormgeving van hun werk toepassen. De verhouding van de zijden van de knoppen op de knoppenbalk van deze website is ook gelijk aan de Gulden Snede!
Een voorbeeld van “mooie” verhoudingen zie je in de onderstaande afbeelding. Een ervaren schilder of fotograaf zal de horizon meestal niet midden in beeld plaatsen, maar bij voorkeur een stuk daarboven of daaronder. Ook zal het hoofdmotief bij een dergelijke landschapsfoto als regel niet in het midden staan. Vanzelfsprekend gaat een fotograaf daarbij niet op zijn rekenmachine de Gulden Snede op tien decimalen nauwkeurig berekenen; de vuistregel is dat het motief op 1/3 of 2/3 van het beeld moet staan.
Na de ontdekking van de Gulden Snede door de Grieken zijn er nog vele kunstenaars geweest, die de Gulden Snede als verhouding in hun kunstwerken gebruikt hebben. Zo ook de kunstenaars van de Renaissance.
De Renaissance grijpt terug op de bouwkunst uit de oudheid en neemt afstand van de gotiek. Renaissance betekent wedergeboorte, de wedergeboorte van de klassieke beschaving. Gebouwen moesten volgens een universele maatvoering worden gebouwd. Aan de verhoudingen (hoogte, lengte en breedte) werd dan ook veel aandacht besteed.

Die in gehele getallen uit te drukken verhoudingen moesten in het gehele gebouw worden toegepast. Deze verhoudingen weerspiegelden een universele harmonie. Ook de Gulden Snede werd voor dit doeleinde gebruikt.
De renaissance komt in Italië het eerst op in de 15e eeuw. In Nederland krijgt deze stroming pas veel later voet aan de grond. Het eerst werden renaissance principes toegepast in de ornamenten. In renaissance gebouwen overheersen, in tegenstelling tot de gotiek, horizontale lijnen. Ook de muur kreeg in de renaissance de zichtbare functie als drager. Renaissance gebouwen zien er massief en gesloten uit.

De Romantiek is een stroming in de kunst, met name de schilderkunst, literatuur en muziek. De Romantiek beheerst ongeveer de hele 19e eeuw. Een van de kenmerken is het escapisme, het zoeken naar een ideale wereld, vluchten uit de ellende van het alledaagse leven. Men probeerde deze ideale wereld te vinden in het verleden en het is juist hierin dat met hernieuwde belangstelling krijgt voor de Gulden Snede. Belangrijk om op te merken is ook dat de Gulden Snede in deze periode (namelijk in 1835) haar naam krijgt. Er ontstaat als het ware een cultus rond de Gulden Snede, die zo ver gaat dat men deze verhouding overal in neemt te herkennen. De Duitser Zeissing neemt bijvoorbeeld dat de bouw van het menselijk lichaam tot in detail door de Gulden Snede bepaald wordt. Uit deze periode komen ook tal van verwijzingen naar de Gulden Snede in het oudheid die we met een korreltje zout moeten nemen.

We spreken van een gulden rechthoek als de langste zijde van een rechthoek middelevenredig is tussen de som van beide zijden en de kortste zijde”.

Betekenis van de Gulden Snede

De gulden snede is om verschillende redenen interessant. Ten eerste is het een klassieke opvatting dat de Gulden Snede “mooie” verhoudingen geeft. Al in de oudheid baseerden de Grieken de ontwerpen van gebouwen op de Gulden Snede. Later kwam dit concept opnieuw in de mode in de Renaissance, en ook vandaag de dag zijn er kunstenaars en architecten die de Gulden Snede bij de vormgeving van hun werk toepassen. De verhouding van de zijden van de knoppen op de knoppenbalk van deze website is ook gelijk aan de Gulden Snede!
Een voorbeeld van “mooie” verhoudingen zie je in de onderstaande afbeelding. Een ervaren schilder of fotograaf zal de horizon meestal niet midden in beeld plaatsen, maar bij voorkeur een stuk daarboven of daaronder. Ook zal het hoofdmotief bij een dergelijke landschapsfoto als regel niet in het midden staan. Vanzelfsprekend gaat een fotograaf daarbij niet op zijn rekenmachine de Gulden Snede op tien decimalen nauwkeurig berekenen; in sommige fotoboeken vind je de vuistregel dat het motief op 1/3 of 2/3 van het beeld moet staan.

Op YouTube staat een mooie uitleg over de Gulden Snede

Ten tweede heeft de Gulden Snede interessante wiskundige eigenschappen:
1. De Gulden Snede leidt tot een gelijkvormige vlakverdeling.
2. De Gulden Snede blijkt voor te komen in figuren met vijfvoudige symmetrie. Teken maar eens een regelmatig pentagram.

Ordening
Ordening is niets anders dan de samenhang, rangschikking of relatie tussen de elementen van een kunstwerk. Met elementen bedoelen we delen van een kunstwerk die zich door middel van o.a. kleur, vorm of omlijning van elkaar onderscheiden. Ordening betekent dus niet automatisch dat er rust en orde is.

Ordening heeft betrekking op zowel 2-dimensionaal als ruimtelijk werk, hoewel het op het platte vlak veel sterker en eenduidiger is (de relatie tussen elementen van een ruimtelijk werk verandert immers steeds wanneer je er omheenloopt). De ordening van elementen in twee dimensies, dus op een plat vlak, noemt men compositie.

Bij het onderzoeken van compositie spelen beeldlijnen een belangrijke rol. Dit zijn lijnen die écht zichtbaar zijn, of die je je met wat fantasie kunt voorstellen en waarmee de beeldelementen geordend zijn. Horizontale en verticale beeldlijnen zorgen zo voor een statische (rustgevende) compositie, schuine en kromme lijnen kunnen een dynamisch en bewegelijk effect opleveren.

Verschillende composities:

Symmetrische compositie
Een symmetrische compositie wordt gekenmerkt doordat het werk verdeelbaar is in 2 helften die min of meer elkaars spiegelbeeld zijn. De lijn die de 2 helften verdeelt, heet de symmetrieas. De aandacht van een symmetrische compositie komt te liggen op de symmetrieas. Is er geen symmetrie aanwezig noemen we de compositie asymmetrisch.

Centrale compositie
Als er een centraal punt is (vaak in het midden gelegen van het werk) waar alle andere elementen naartoe gericht lijken te zijn, spreken we van een centrale compositie.

Geometrische compositie
Composities waar de kunstenaar met een meetlat is bezig geweest noemen geometrisch. Het geheel is dan nauwkeurig volgens bepaalde meetkundige regels opgebouwd, en doet vaak vrij rustig en stabiel (echte orde) aan.

Een voorbeeld van geometrische compositie is de hantering van de zogenaamde Gulden Snede. De afmetingen van elementen hebben dan een bepaalde verhouding (13:8) tot elkaar en op het oog ervaren we zo’n compositie van nature als fraai en evenwichtig.

Driehoekscompositie
Wanneer de elementen gerangschikt zijn volgens een al dan niet zichtbare driehoekvorm spreken we van een driehoekscompositie.

Overall Compositie
Overall compositie houdt in dat de beeldelementen zonder enige rangorde op het vlak geplaatst zijn. De elementen zijn allemaal gelijkwaardig , doen patroonachtig aan en lijken buiten het schilderij tot in het oneindige door te kunnen gaan.

 

 

Olieverf

ELS NULLE

Stilleven met glazen, olieverf op papier

Els maakte een prachtig transparant stilleven van glazen op een glasplaat. Een geduldwerk want olieverf heeft nou eenmaal een bepaalde bewerking nodig.  Het schilderij werd in dunne, transparante lagen over elkaar heen geschilderd (geglaceerd). Er is ook prachtig gebruik gemaakt van de verschillende witten. Om wit transparant te kunnen glaceren heb je of zuiver zinkwit of een schilderwit nodig, dat is een menging van titaan en zinkwit.

Titaanwit is een dekkend wit, zinkwit is transparant. Meng je deze tot een schilderwit (onder de naam flakewit wordt het verkocht) dan kan je de transparantie van je witten aanpassen aan je doek. Els Nulle maakte een knap, goed doordacht schilderij.


Olieverf.

Het basisprincipe van schilderen met olieverf is vet over mager te schilderen. Vet over mager houdt in dat de eerste laag met een minder olierijk medium geschilderd dan de tweede laag. Zou je dat niet doen dan loop je bij glacis (dat zijn zeer dunne lagen) dat de lagen barsten. De droogtijd van olieverf varieert van pigment op pigment. Meer info herover vind je in het schildersboek van Winsor en Newton

Olieverf maak je door olieverfpasta te maken en daar een mediumvernis aan toe te voegen.

Ingrediënten:
• pigment
• lijnolie rauw (koudgeslagen)
• saffloerolie
• damar medium vernis
• VCA schoonmaakmiddel of gomterpentijnolie (X), voor het schoonmaken

1. Schep 2 theelepels pigment op de glasplaat en bevochtig deze met een scheutje lijnolie.
2. Meng het pigment en de olie met het plamuurmes tot een dikke pasta.
3. Neem de glazen loper, en wrijf de pasta, met stevig ronddraaiende bewegingen, uit over de gehele plaat.
4. Deze pasta , een halffabrikaat, kan in een afgesloten pot in het donker zeer lang worden bewaard.
5. Voor een strijkbare verf wordt de pasta gemengd met een medium vernis.
Dat is 1 deel standolie met 3 delen damar vernis.
6. De bruikbare verf kan worden bewaard in een verftube (zie verftube vullen).

Tips en kenmerken:
• Niet vergelende oliën zijn; saffloerolie, walnootolie, papaverolie en standolie.

Hoe duurder de verf hoe meer pigment er in de verf zit.


Ondergronden

Schilderen doe je op linnen of op paneel. Het mooist is om dat zelf te lijmen en te gronderen. Met een bepaalde ondergrond kan je het karakter van het schilderij bepalen. Wie zelf geen ondergrond maakt raadt ik aan om olieverf altijd op een oliehoudend doek te schilderen. Een korte uitleg, er zijn twee soorten gronderingen die je op doek toepast, de universele ondergrond (die wordt het meest verkocht) en de oliehoudende ondergrond. Het prettige van een oliehoudende ondergrond is dat de olie uit je verf niet direct je gesso intrekt en dus mooier van kleur blijft. Bij een niet oliehoudende ondergrond zal de gesso zich altijd eerst met de olie uit je verf voeden. Een goedkoop doekje kopen en daar meerdere lagen gesso opzetten is dus volstrekte onzin. Je zorgt er alleen maar voor dat er meer olie uit de verf kan worden onttrokken.

Je doek op paneel lijm je eerst voor. Dat doe je met beenderlijm.

Voorlijmen.

  • 65 gr. beenderlijm
  • 5 gr. aluin
  • 1 liter water1e recept: 24 uur laten weken in gekookt, afgekoeld water, daarna de afgesloten pot met lijm in een bak warm bak plaatsen tot de substantie vloeibaar is.
    2e recept : 6 a 8 uur op het gas laten sudderen. NIET WARMER dan 50 graden Celsius.

Ik zou kiezen voor het eerste recept. Daarna maak je je grondering. Ook daar gebruik je lijmwater voor

Lijmwater

  • 60 gram beenderlijm
  • 1 liter water
  • 6 gram aluin.

1e recept: 24 uur laten weken in gekookt, afgekoeld water, daarna de afgesloten pot met lijm in een bak warm bak plaatsen tot de substantie vloeibaar is.
2e recept : 6 a 8 uur op het gas laten sudderen. NIET WARMER dan 50 graden Celsius.
Ook hier zou ik voor het eerste recept kiezen. Nu kan de ondergrond worden aangebracht. Ik geef een paar recepten

Steenkrijtgrond.

Een ondergrond met een wat groffe structuur.

  • 1 deel steenkrijt
  • 1 deel zinkwit of lithophoon (krijtvorm)
  • 1 deel lijmwater

Krijtgrond

  • 1 deel krijt
  • 1 deel zinkwit
  • 1 deel lijmwater

Ondergrond niet op linnen gebruiken, te brokkelig . Sterk zuigende grond, ideaal voor snelle droging 1e opzet op paneel.

Oliegrond

  • Als krijtgrond + 1 deel gekookte lijnolie.

Is op linnen te gebruiken, zuigt niet sterk, kleur schiet minder snel in.

Gipsgrond

Grondering is geschikt voor paneel. Naar mijn idee de mooiste grond, er kan heel fijn op worden geschilderd.

  • 1 deel natuurgips
  • 1 deel Titaanwitverdunnen met ljmwater (tot een goed smeerbare grondering ontstaat)

De ondergrond wordt geslepen met spiritus + fijn schuurpapier (polijstpapier) tot zij spiegelglad is.

Kaolinegrond

  • 1 deel kaoline
  • 1 deel lithophoonkrijt
  • lijmwater

Geschikt voor doek en paneel, houdt een sterke kleurkracht.

Bolusgrond

  • 1 deel bolus (b.v. rode bolus)
  • 1/2 deel krijt
  • 1/2 deel blankfix

lijmwater in de verhouding 50/1000/5, naar gelieve

Marmergrond

  • 1 deel marmerzand
  • 1 deel borax caseïne

Borax maak je alvolgt

  • 40 gram caseïnepoeder, inweken in 125 cc. KOUD water
  • 16 gram boraxpoeder laten inweken in 125 cc WARM water

Borax aan de caseïne toevoegen, na enige minuten de deksel sluiten. Beperkt houdbaar.
Voor conservering eventueel 2 a 3 % rachit toevoegen.

Temperagrond

  • 1 deel krijt
  • 1 deel zinkwit
  • 1 deel lijmwater
  • 1/3 deel gekookte lijnolie.

Mooie ondergrond voor temera of acrylverf.

Retoucheervernis

Retoucheervernis wordt (alleen bij olieverf) gebruikt om partijen waarvan de kleuren zijn “ingeschoten” weer helder te maken. Over deze vernis kan gewoon worden geschilderd. De vernis wordt in een dunne laag met een niet pluizende doek of een spalter (platte varkensharen kwast) aangebracht. In de praktijk betekent dit dat het niet onverstandig is om na een week even een laagje retoucheervernis over het schilderij te zetten. Schilders weten dan hoe de kleuren zich ten opzichte van elkaar verhouden. Bij het slotvernis komen alle kleuren terug zoals zij zijn geschilderd.

Medium

Medium is de vloeistof waar je je verf mee verdunt. Deze is altijd op basis van gerectificeerde terpentijn. Een medium heeft als doel één of meerdere eigenschappen van de verf te beïnvloeden en de verf geschikt te maken voor een bepaalde toepassing. Denk hierbij aan consistentie, glans, vloei, droogtijd, transparantie en duurzaamheid van de verffilm. Omdat een onderliggende (schrale) laag olie onttrekt aan een bovenliggende laag, moet een bovenliggende laag relatief meer olie bevatten. Denk hierbij aan de vet over mager regel.
Je kan medium zelf maken maar het is verstandiger deze kant en klaar te kopen. Iets te veel siccatief in je medium (een droogstof) zorgt voor een hoop ellende. Zeker in cursusverband is verstandig met een sneldrogend medium te werken. Je weet dan (bijna) zeker dat je de volgende week weer verder kunt. Ik geef een overzicht van de mediums van Talens en hun eigenschappen.

Talens Schildermedium sneldrogend 084
Doel: verhogen van de vloei en/of transparantie van olieverf, verkorten van de droogtijd, vetter maken van de verf
Samenstelling: plantaardige oliën, synthetische hars, terpentine, siccatieven

• Verhoogt de duurzaamheid en de elasticiteit van de verffilm
• Penseelstreek vervaagt, afhankelijk van de toegevoegde hoeveelheid
• Verhoogt de glans
• Niet vergelend
• Verdunbaar met terpentine of terpentijn
• Ontvlambaar

Talens Schildermedium 083
Doel: verhogen van de vloei en/of transparantie van olieverf, vetter maken van de verf
Samenstelling: plantaardige oliën, synthetische hars, terpentine

• Geen effect op de droogtijd van de verf
• Verhoogt de duurzaamheid en de elasticiteit van de verffilm
• Penseelstreek vervaagt enigszins, afhankelijk van de toegevoegde hoeveelheid
• Verhoogt de glans
• Niet vergelend
• Verdunbaar met terpentine of terpentijn
• Ontvlambaar

Talens Glaceermedium 086
Doel: verhogen van de vloei en transparantie van glacislagen in olieverf
Samenstelling: plantaardige oliën, synthetische hars, terpentine

• Geen effect op de droogtijd van de verffilm
• Penseelstreek vervaagt
• Verhoogt de glans
• Niet vergelend
• Verhoogt de duurzaamheid en de elasticiteit van de verffilm
• Verdunbaar met terpentine of terpentijn
• Ontvlambaar

Talens Venetiaanse terpentijn 019
Doel: verhogen van de vloei en transparantie van glacislagen in olieverf
Samenstelling: natuurbalsem, terpentijnolie

• Traditioneel glaceermedium
• Verlengt de droogtijd van de verffilm
• Verhoogt de duurzaamheid van de verffilm
• Penseelstreek vervaagt, afhankelijk van de toegevoegde hoeveelheid
• Verhoogt de glans
• Enigszins vergelend
• Verdunbaar met terpentine of terpentijn
• Ontvlambaar