Tijdens het seizoen 2002-2003 werd tijdens de cursus etsen het boek De twaalf werken van Herakles uitgegeven. De binding van het boek is gelijk aan de uitgave over het Gilgamesj epos.
Iedere cursist (en docent) koos een tekstfragment uit één van de aan Herakles opgelegde taken en maakte hierbij ter illustratie een ets.
Het boek werd gedrukt in een oplage van 14 exemplaren. Aan het eind van de cursus beschikte iedere deelnemer over een exemplaar. Eén boek werd opgenomen in de collectie van de Openbare Bibliotheek Den Haag en ligt ter inzage in de Centrale Bibliotheek aan het Spui.

de twaalf werken van
i1058168-1HERAKLES

 

Herakles, zoon van Zeus en Alkmene, is de meest gevierde held uit de Griekse Oudheid. Vader Zeus had deze zoon, een halfgod, een machtige toekomst beloofd, maar Hera, de bedrogen echtgenote van Zeus, wilde dit voorkomen. In een poging het kind te doden, zond zij twee slangen naar zijn wieg, maar Alkeides, zoals hij toen nog heette, wurgde de dieren met zijn handjes. De halfgod groeide op tot een oersterke, maar driftige jongeman. Nadat hij koning Kreon had geholpen de oorlog om Thebe te winnen, kreeg hij als dank diens dochter Megaira als vrouw. In de jaren die volgden, groeide zijn roem en rijkdom. Dit tot ergernis van de jaloerse Hera. In een door haar verwekte vlaag van waanzin doodde Alkeides zijn vrouw en kinderen. Verteerd door schuldgevoel raadpleegde hij het orakel van Delfi. Dit legde hem de straf op om als slaaf van koning Eurystheos  een aantal zware taken te vervullen; voortaan zou hij Herakles heten.

De eerste taak van Herakles was het doden van de onkwetsbare leeuw die de omgeving van Nemea onveilig maakte. Met het leeuwenvel om zijn schouders keerde Herakles terug, om onmiddellijk naar het moeras van Lerna gestuurd te worden voor zijn tweede taak: het verslaan van de negenkoppige slang, de Hydra.

Voor zijn derde taak reisde Herakles naar de bossen van Arkadië. Daar leefde een aan Artemis, de godin van de jacht, gewijd hert met bronzen hoeven en een gouden gewei, dat hij levend moest zien te vangen. Ook het wilde zwijn dat vreselijke vernielingen aanrichtte op de berg Erymanthos, mocht niet worden gedood. Als vierde taak ving Herakles het dier en droeg het levend naar Mykene.

Even smerig als onmogelijk leek Herakles’ vijfde taak: in een etmaal moest hij de stallen van koning Augias reinigen, waar de mest van duizenden koeien nooit was opgeruimd. Hij wedde om een tiende van de kudde dat het hem zou lukken en slaagde daarin door een rivier door de stallen te leiden. Het verjagen van de monsterlijke vogels van Stymfalos met hun ijzeren klauwen en veren als pijlen, werd Herakles’ zesde taak en ook die wist de held te volbrengen. Vervolgens werd hij naar Kreta gestuurd. Daar had koning Minos zich de woedde van de god Poseidon op de hals gehaald door hem het offer van een fraaie stier te onthouden. De god van de zee zorgde ervoor dat Minos’ vrouw de stier beminde en sloeg het dier vervolgens met een verwoestende waanzin. Herakles echter wist het dier te temmen en volbracht zo zijn zevende taak.

En weer moest Herakles een eind reizen voor zijn achtste taak: het vangen van de valse merries van Diomedes. Deze sterke, wilde paarden kregen dagelijks mensenvlees van hun meester en Herakles liet hem nu zelf dit lot ondergaan. Hierdoor kalmeerden de dieren.

Zijn negende taak bracht Herakles naar het land van de Amazonen om daar de gouden gordel van Hippolyte te halen voor het dochtertje van Eurystheos. Wederom slaagde hij en er volgde een tiende taak: deze keer ging het om het roven van een grote kudde runderen, die het bezit was van Geryones, een reus met drie hoofden. Na een zwaar gevecht en een moeizame terugreis, bracht Herakles de uitgedunde kudde bij zijn opdrachtgever.

Omdat Eurystheos twee taken ongeldig had verklaard, volgde een elfde taak. Herakles werd naar de tuin van de Hesperiden gestuurd om drie gouden appels te halen van de boom die Zeus en Hera als huwelijksgeschenk hadden gekregen. Toen ook dit hem was gelukt, besloot Eurystheos hem ten einde raad naar de onderwereld, de Haides, te sturen voor zijn twaalfde taak. Deze werd bewaakt door de driekoppige hellehond Kerberos. Met het naar de aarde brengen van dit monster voltooide Herakles zijn opdrachten en was hij eindelijk weer een vrij man.

Yvonne Riphagen

 

i1058168-2

Herakles trof de leeuw met zijn knots en drukte
hem met zijn enorme vuisten de strot dicht.
Zijn vacht droeg hij sindsdien als mantel.

© Stefanie E. Bruinooge

 

 

 

i1058168-3

Hij greep het slangenlijf vast en begon met zijn
zwaard de koppen af te hakken.
Zo wist Herakles de Hydra te verslaan.

 © Ben Kloos

 

 

 

i1058168-4

Bijna een jaar joeg Herakles op het
pijlsnelle hert van Artemis. Menigmaal zag
hij haar gouden gewei in de verte verdwijnen.

© Jan Naezer

 

 

 

i1058168-5

Herakles joeg het wilde zwijn op tot het van
uitputting neerviel. Hij bond het en droeg
het levend naar Mykene.

 © Ellen Dahlhaus

 

 

 

i1058168-6

En de rivieren spoelden de stallen schoon,
maar Augias weigerde Herakles te belonen…
dat kwam hem duur te staan.

 © Anna van Aardenne

 

 

 

i1058168-7

Met een regen van pijlen wist
Herakles de gruwelijke Stymfalische
vogels met hun vlijmscherpe veren te verslaan.

© Peter Carstens

 

 

 

i1058168-8

Herakles bedwong de dolle stier van Kreta,
het land van koning Minos, en maakte
het monster tot een gewillig rijdier.

©Thijs Altorf

 

 

 

i1058168-9

Ook de mensenetende paarden van Diomedes
werden door Herakles getemd, maar niet nadat
ze hun meester hadden verscheurd.

© Drini Ruis

 

 

 

i1058168-10

Herakles kreeg de opdracht om bij Hippolyte,
de machtige koningin van de Amazones,
de gouden gordel van Ares te halen.

© Harry J. van Adrichem

 

 

 

i1058168-11

Na een zware tocht en zeer veel tegenslagen
kon Herakles de runderen van Geryones
eindelijk afleveren in Mykene.

© Joke Wolthuizen – la Rivière

 

 

 

i1058168-12

In ruil voor het torsen van het hemelgewelf
plukte Atlas drie gouden appels uit de tuin
van de Hesperiden voor Herakles.

© Anne Schulte Nordholt

 

 

 

i1058168-13

Zelfs Kerberos, de driekoppige hellehond
die de Haides bewaakt, kalmeerde uit
angst voor Herakles’ machtige vuisten.

© Yvonne Riphagen

 


Colofon:

Stefanie E. Bruinooge : lijnets, aquatint

Ben Kloos: lijnets, aquatint, hoogdruk

Jan Naezer: ets, zaging, hoogdruk

Ellen Dahlhaus: lijnets, vernismou, aquatint

Anna van Aardenne: lijnets

Peter Carstens: lijnets, aquatint

Thijs Altorf: lijnets, aquatint 

Drini Ruis: lijnets, aquatint

Harry J. van Adrichem : lijnets, aquatint, hoogdruk 

Joke Wolthuizen – la Rivière : lijnets, aquatint

Anne Schulte Nordholt:  aquatint, hoogdruk, zaging

Yvonne Riphagen: lijnets, aquatint,  vernis-mou, droge naald, zaging

bronnen :
Imme Dros       : Held van de twaalf taken
Gustav Schwab: Griekse mythen en sagen

papiersoorten
etspapier:  Hahnemühle 210 gr
transparant: Schoellerhammer 90 gr

Lettertype: Times New Roman

tekst:  Yvonne Riphagen

titelblad: Jan Naezer

© 2003, cursus etsen  Atelier Jan Naezer, Den Haag