Uitgelicht » De pest en het perspectief

De pest en het perspectief

Perspectief in een belangrijk onderdeel van het tekenen en schilderen. Maar hoe teken je een onderwerp in perspectief?
De afspraak is simpel: alle lijnen welke dezelfde richting op gaan, of zij nu onderkant of bovenkant aan het voorwerp zitten, verdwijnen in één punt op de horizon. 

Filippo Brunelleschi. Kathedraal van Florence

In oktober 1347 arriveerden Genuese schepen op Sicilië. De schepen kwamen uit De Krim en tijdens de tocht was een groot deel van de bemanning en de passagiers slachtoffer geworden van een dodelijke ziekte: de pest. Via het Middellandse Zeegebied bestormde de pest, later ook de Zwarte Dood genoemd, het Europese continent om in minder dan vijf jaar een derde tot de helft van de bevolking weg te vagen. Niemand was veilig voor deze ziekte, ongeacht maatschappelijke positie of genomen voorzorgsmaatregelen. Priesters en paupers, pachters en prinsen – de pest maakte geen onderscheid. Opvallend was dat onder de Joodse bevolking de minste doden waren te betreuren. De reden; zij kenden vanuit hun geloof strenge hygiënemaatregelen. De grote pest-epidemie duurde van 1347 – 1352. In Europa duurde het tot ongeveer het jaar 1600 voordat het bevolkingspijl van begin veertiende eeuw weer was bereikt.

Door deze epidemie veranderde financiële structuren en het denken. Het was duidelijk dat, nu ook kloosters door de pest werden getroffen, het geloof niet tegen alles beschermde. Maar wat vooral belangrijk was, is dat veel rijken werden getroffen waardoor het geld gecentraliseerd werd. Er kwamen rijke families, rijker en machtiger dan het Vaticaan. De familie De’ Medici uit Florence is de bekendste.

De macht van de familie begon met Giovanni di Bicci de’ Medici (Florence, 1360 – Florence, 20 februari 1429). Hij was een zoon van Averardo de’ Medici, en grondlegger van het fortuin van de familie. Zijn zoon, Cosimo De’ Medici bouwde de bank internationaal uit, waardoor zij hun fortuin nog verder vergrootten. De’ Medici waren de grondleggers van het huidige bankwezen en verzamelaars van kunst.

De familie ondersteunde de filosofie (het Humanisme) waar niet meer de vraag over de rol van de mens na zijn dood centraal stond (Memento Mori= Gedenk te sterven) maar de rol van de mens tijdens zijn leven. Het kapitaal gaf de familie De’ Medici de mogelijkheid kunstenaars te ondersteunen en opdrachten te geven.  Opdrachten die niet meer uit religieuze  maar uit profane motieven werden geschilderd.  Door de grote pestepidemie veranderde de wereld, de Renaissance (de Wedergeboorte) was geboren.

Met de Renaissance begint de tijd waarin de kunstenaar steeds meer op de voorgrond treedt. Zijn de persoonlijke faam wordt belangrijk. De kunstenaar is niet alleen schilder of beeldhouwer  maar hij doet ook wetenschappelijk onderzoek: wiskunde (perspectiefleer), anatomie, techniek en nog veel meer. De ‘Uomo universalis’ is geboren.


Perspectief

Het kind Jezus, schilder onbekend. Een mooi voorbeeld van een werk van voor de Renaissance waar het perspectief niet werd toegepast.

Waar op middeleeuwse schilderijen het perspectief vaak ontbrak werd perspectief een belangrijk onderwerp in de Renaissancekunst.
De kunstenaar Filippo Brunelleschi (Florence) werkte als kunstenaar, ingenieur en architect Na enkele kleinere architectonische opdrachten zou hij zich vanaf 1418 geheel aan de bouwkunst wijden. In Rome werden klassieke bouwwerken door hem opgemeten en vooral onderzocht op constructieve elementen en ruimtewerking.  Om zijn tekeningen goed op papier te krijgen ontwikkelde hij het lijnperspectief. Het werken met verdwijnpunten waar alle zichtassen samenkomen, werd door hem het eerst toegepast. Brunelleschi wordt gezien als de ontdekker van de perspectiefleer. In Nederland was het de kunstenaar/architect Hans Vredeman de Vries (1527 – 1607) die grondregels voor het tekenen van perspectief vastlegde.

De school van Athene, Raffael

Het lijnperspectief
Hieronder een uitleg over de lijnperspectief. Ik beperk mij daarbij tot het tweepuntsperspectief  (het centraal-perspectief) omdat deze vorm het meest in ons werk gebruikt wordt.

  • De basis van de perspectief leer is dat alle lijnen welke dezelfde richting op gaan, of zij nu aan de onderkant  of bovenkant aan het voorwerp zitten, in één punt op de horizon verdwijnen.
  • horizon ligt op ooghoogte.
  • Voorwerpen waar we recht tegen aankijken hebben maar één vluchtpunt.
  • Als we twee kanten van een voorwerp, b.v. een tafel, zien zijn er altijd twee vluchtpunten, een links en een rechts.
  • Kijken we recht tegen een voorwerp aan dan hebben we met één vluchtpunt te maken en ligt dit punt altijd, van uit het midden gemeten, recht boven het voorwerp.
  • Alle vluchtpunten liggen op de horizon.
  • Afhankelijk van de stand van het onderwerp kunnen vluchtpunten buiten het papier komen te liggen. Van Vermeer is bekend dat hij gebruik maakte van lange latten die achter de panelen monteerde. Op die latten gaf hij zijn vluchtpunten aan.
  • Voorwerpen waarvan we de bovenkant zien liggen in zijn totaal onder de horizon.
  • Voorwerpen waarvan de bovenkant op de horizon liggen vormen een rechte lijn op de horizon.
  • Voorwerpen waarvan we de bovenkant niet kunnen zien, b.v. een flatgebouw liggen voor een deel onder (de onderzijde) en voor een deel boven (de bovenzijde) de horizon. De horizon ligt altijd op ooghoogte.

In het begin is perspectief oefenen, oefenen en oefenen. Als je eenmaal door hebt hoe is het een handig hulpmiddel.


Wanneer je een onderwerp gaat tekenen ga je altijd uit van de voorste, staande lijn, dit is de enige lijn die niet verandert. In de onderstaande voorbeelden heten de vlucht- of verdwijnpunten V1 en V2.

Met je potlood meet je de hoek waaronder de onderste lijnen naar de horizon toelopen. Je houdt het potlood  recht , horizontaal voor je en zet het potlood in het onderste punt van de voorste opstaande, rode, lijn. Je zal dan zien dat de zijkanten van het onderwerp op papier naar boven lopen.
Je kunt nu tegelijk schatten onder welke hoek (hoe schuin) de lijnen naar de horizon lopen. Per voorwerp zal dit, afhankelijk van de plaats en hoeveel je van een zijkant ziet variëren. Zie je van één zijkant meer dan van de andere zijkant dan zal de hulplijn van de kant waar je het meest van ziet minder schuin weglopen.

De afspraak is dat alle lijnen welke gelijk aan elkaar lopen  in het zelfde vluchtpunt op de horizon verdwijnen. Het maakt dus niet uit of zo’ n lijn aan de bovenkant, de onderkant of b.v. in het midden van het onderwerp zit, als ze gelijk aan elkaar lopen gaan ze allemaal naar het zelfde vluchtpunt op de horizon.
Hoe weet je nu welke lijnen in een voorwerp dezelfde richting oplopen? Ik probeer dat hieronder uit te leggen.  Als je recht boven het onderwerp zou vliegen dan zou je bij een kubus alleen maar het bovenvlak zien.

  • A en B lopen gelijk aan elkaar, (gaan de zelfde richting op) en C en D lopen gelijk aan elkaar.
  • A en B gaan dus naar één vluchtpunt rechts.
  • C en D gaan ook naar één vluchtpunt links.
  • In perspectief heeft het voorwerp dus twee vluchtpunten, één aan de linkerkant van het papier en één aan de rechterkant.

In principe kun je nu het lijnperspectief in je tekening toepassen. Hieronder de drie opties.

  1. De bovenkant van het onderwerp lig onder de horizon.

2. De bovenkant van het onderwerp ligt precies op horizonhoogte.

 

3. De bovenkant van het onderwerp ligt boven de horizon.

Eén uitzondering
Wanneer we recht tegen een onderwerp aankijken (in dat geval zien we dus geen zijkant) heeft het onderwerp maar één vlucht- of verdwijnpunt op de horizon. Dit punt vindt je door in het midden van het onderwerp een rechte lijn naar de horizon te trekken. Waar deze elkaar snijden ligt het vluchtpunt. Zie het voorbeeld hieronder.

De cirkel
Een cirkel construeer je in een plat vlak waar je recht tegen aankijkt. Je kunt de cirkel ook construeren een een vlak waar je schuin tegen aankijkt  maar voor de uitleg beperk ik mij tot het basisprincipe. Leg een bord neer en je ziet dat het bord in een vierkant staat. Je krijgt dus dit.

Plaats ik dit vierkant in perspectief dan ziet dat vierkant er zo uit. De rode lijnen zijn de diagonalen. Die verbinden de tegenover elkaar liggende hoeken. Waar de diagonalen elkaar kruisen ligt het werkelijke midden. In perspectief is het voorste deel van een cirkel (deel B) dus groter dan het achterste deel (deel A)

 

Daarna teken je de cirkel (ellips) in het in perspectief getekende vierkant. De cirkel ziet er dan zo uit

Tekening Toon Nagtegaal

Toon Nagtegaal maakte een duidelijke instructie film. U vindt deze hier

Teken je een ronde kolom dan worden de cirkels naarmate ze dichter bij de horizon komen platter. Op de horizon is de cirkel een platte lijn. Het schema ziet er zo uit, de rode lijnen staan aan de voorzijde, de dunne zwarte achteraan.

Als oefening, probeer een lucifersdoosje eens in perspectief te tekenen.


Wie zich verder wil verdiepen doet er goed aan dit document van te TU Delft te bekijken.

Bronnen: Wikipedia, Historieknet, Kunstbus, Ton Nagtegaal, Atelier Jan Naezer